19-01-06

Inleiding

Therapie met paarden is een ruim begrip. In deze tekst gaan we dit begrip dan ook uitdiepen. We overlopen en bespreken de verschillende soorten therapieën en hun doel. We beschrijven welke paarden hiervoor geschikt zijn. We bekijken de mogelijke hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden, en de positieve invloeden die de therapieën meebrengen.

1. Introductie

Het centrale idee van therapie met paarden is dat, voor de deelnemers, de interactie met paarden positieve invloeden met zich mee kan/zal brengen. We spreken hierbij niet enkel over lichamelijke verbetering, waarbij we paardrijden uitsluitend bekijken als sport. Nee, er worden ook resultaten verwacht op cognitief, psychisch en sociaal vlak, zoals bvb. het uitbouwen van zelfvertrouwen, en het contact met anderen.

Dergelijke ontplooiing blijkt natuurlijk interessant wanneer we denken over mensen met mentale en/of fysische handicaps. De eerste groep krijgt kans om zich te ontwikkelen op een ontspannende manier. De tweede groep heeft de mogelijkheid om hun coördinatie en spiergroepen te trainen.

In de verdere tekst gaan we hier dieper op in.

2. Soorten therapieën

Hippotherapie

Hippotherapie beslaat het behandelen, door middel van een paard, met als doel de algemene toestand van de patiënt te verbeteren (Dekens, 2000: 14). Het beperkt zich echter tot een deelfacet van de meer algemene therapie met paarden: men spreekt uitsluitend over fysieke en lichamelijke factoren (Flamez, 2001: 6). Desondanks wordt hippotherapie vaak, verkeerdelijk, gebruikt als overkoepelende term. Zo spreekt Dekens over psychomotorische en/of sociale stoornissen (Dekens, 2000: 14). In deze tekst beperken we ons echter tot het geneeskundig (fysisch) aspect.

Deze vorm van therapie maakt gebruik van het ritme, de warmte en de bewegingen (bvb. het op- en neergaan) van het paard. Wat hiermee bereikt kan worden wordt verder uitgediept in sectie 6.

Orthopedagogisch paardrijden

Bij deze vorm van therapie wordt gewerkt op vier domeinen (Flamez, 2001: 9):

  • Verzorging van, en omgang met het paard.
  • Orthopedagogisch voltigeren (begeleider houdt het paard aan een lang touw).
  • Berijden van een geleid paard.
  • Zelf actief rijdend.

Het streefdoel draait hierbij vooral rond de sociale ontplooiing: de interactie tussen de ruiter, het paard en de begeleider. Het gaat niet over het leren paardrijden zelf.

Psychotherapie met paarden

Deze, nog recente vorm van therapie, werkt vooral rond beperkingen van sociale en psychische aard. De accenten veranderen naarmate men vanuit één van de verschillende uitvalshoeken werkt (bvb. gestalt, client centered therapie of andere).

Een voorbeeld hiervan komt vanuit de theorieën van Freud. Een paard zal reageren op de ingesteldheid (bewust of onbewust) van de ruiter. Heeft de ruiter bvb. angst, dan zal het paard hierop zelf angstig reageren. Zo wordt de ruiter verplicht om zich van zijn angst te vergewissen. Het paard dient daarbij als spiegel op de ruiter.

Paardrijden als sport

Dit is niet echt een vorm van therapie, maar eerder een hobby. Het gaat hier vooral over het leren paardrijden, wat dienst doet als vrijetijdsbesteding waarbij men zich kan ontspannen. Dit betekent echter niet dat alle andere heilzame effecten (bvb. oefening van de spieren) geen rol meer spelen. Het is dan ook in dat opzicht dat deze “therapie” zijn nut kan bewijzen.

3. Geschikte paardenrassen

De paarden die men voor therapeutische doeleinden gebruikt, hebben een kalm en gehoorzaam karakter. Het zijn echter geen verwaarloosde, oude pony’s. Deze dieren zoeken geen contact meer met mensen. En dat is juist een waardevolle eigenschap van een therapiepaard. Deze paarden zijn ook best eigenzinnig: ze zijn geen knuffeldieren en willen dus ook niet zo behandeld worden. Soms stoten ze dus af. Een ruiter moet hier mee leren omgaan. Net als mensen kunnen dieren eens een slechte dag hebben en dat tonen ze dus ook duidelijk (Coppens, 2001: 37-41).

De paarden mogen ook niet te groot zijn. Kinderen of mensen met een fysieke beperking moeten er ook immers op geraken. Dit maakt het ook gemakkelijker voor de begeleiding. Zo kan deze nog helpen met de besturing van het paard. Men let best ook op de bouw van het paard. Een brede rug vergemakkelijkt de zit van de ruiter. De ruiter valt er immers minder snel af.

Het moet kunnen omgaan met mensen die moeilijk op zijn rug geraken, met lawaai, met ongecontroleerde bewegingen, en soms zelfs met agressie. Indien een paard hier paniekerig op reageert en zo de eventuele angst bevestigt, dan heeft de therapie weinig slaagkans.

Het therapiepaard moet goed kunnen reageren op gesproken bevelen. Waar een valide ruiter het paard opdrachten kan geven door fysieke aanduidingen (bvb. het verplaatsen van z’n gewicht, het aansporen met de benen), is dit voor een mindervalide ruiter niet altijd mogelijk.

De begeleiders werken niet met een bepaald ras van paard. Indien het dier aan bovenstaande kenmerken voldoet is het geschikt voor gebruik in therapie. Niettemin beschikken volgende rassen in het algemeen over deze eigenschappen:

  • Fjorden:  brede, vrij lange rug; kalm maar levendig karakter.
  • Ijslanders: meerder comfortabele gangen; rustig van aard.
  • Haflingers: buitengewoon betrouwbaar; hardwerkend; vlotte gang.

4. Hulpmiddelen

Tinkerbed of huifbed

Het huifbed of tinkerbed bestaat uit twee paarden en een (meestal overdekte) koets met drie wielen. Er wordt een zeil of doek vastgemaakt dat over de ruggen van de paarden loopt. Bedoeling is dat de patiënt (iemand met een meervoudige of ernstig fysieke beperking) hierop wordt gelegd. Dankzij het ritmisch stappen en de lichaamswarmte van de paarden wordt dit een aangename ervaring voor deze mensen. Het vormt een natuurlijke massage. (Dekens, 2000: bijlage)

Dankzij een speciale lift kan men iedereen in de koets leggen. Het huifbed wordt ook tinkerbed genoemd omdat het getrokken wordt door Tinker-paarden. Tinkers zijn koudbloedige paarden. Hieraan hebben ze hun zacht karakter te danken. Ze komen aan hun naam doordat ze hun benen hoog opheffen. Dit zorgt voor een aangename wiegende beweging. Hierdoor maken hun hoeven een speciaal ‘tinkende’ geluid op de straatstenen. Deze beweging en het geluid maken ook deel uit van de aangename ervaring.

Westernzadel

Het westernzadel biedt de ruiter een meer comfortabele zitplek dan een klassiek zadel. Het beschikt over een hogere lepel en een voorboom (voor- en achterkant), wat zorgt voor een stevigere zit. De ruiter kan zich daardoor ook beter vasthouden, zowel voor als achteraan. Dit zadel is dan ook geschikt voor mensen met weinig evenwicht, ruiters met instabiliteit van het bekken, enz.

Gesloten beugel

Dit is een speciale stijgbeugel, die beschikt over een lederen kap aan de voorzijde ervan. Deze kap zorgt ervoor dat de voet van de ruiter niet door de stijgbeugel glijdt. Dit vermijdt het gevaar dat de ruiter met z’n voet blijft vasthaken na een mogelijke val.

Deze beugel is geschikt voor ruiters die moeite hebben de voet in de beugel te houden, last hebben van ongecontroleerde reflexen, of hoge spierspanning in de benen.

Letterborden met afbeeldingen

Pistes beschikken standaard over letteraanduidingen die gebruikt worden bij het aangeven van dressuuroefeningen. Bvb. “voer een volte uit bij punt C.” Voor mensen met een verstandelijke handicap, kinderen, mensen met dyslexie of analfabeten vormt dit een obstakel. Dit wordt opgelost door de letters aan te vullen met een bijhorende tekening. Bvb. een citroen bij de letter C.

Verplaatsbaar opstapperron

Dit is een soort trap, met drie à vier treden, en een breed plateau. Soms wordt dit aangevuld met een leuning of steun. Dit helpt ruiters die moeite hebben om de hoogte van het paard te overbruggen. De breedte van het plateau laat daarbij toe dat de begeleider hier nog eens extra kan helpen.

Andere

De eerder vernoemde hulpmiddelen zijn natuurlijk niet de enige die te vinden zijn. Ze geven echter een goed beeld van het gevarieerde aanbod. Voor ieder probleem kan een oplossing gevonden worden.

5. Doelgroep

In principe is therapie me paarden voor veel mensen toegankelijk. Leeftijd speelt omzeggens geen belang: de meeste maneges laten ruiters toe vanaf zes jaar. Dit maakt het toegankelijk voor de meeste doelgroepen: personen of kinderen met leermoeilijkheden, verstandelijke beperkingen, van lichte tot zware fysieke beperkingen, gedragsstoornissen, delinquent gedrag of psychische problemen. Het is ook goed voor verwaarloosde kinderen: kinderen met een laag zelfbeeld, gepeste kinderen, kinderen uit kansarme gezinnen, …. Ook mensen met meervoudige handicaps kunnen hier terecht (denk bvb. aan het tinkerbed uit sectie 4).

6. Resultaten van therapeutisch paardrijden

Cognitieve ontwikkeling

We praten hier over verstandelijke ontplooiing of het leerproces. In therapeutisch paardrijden wordt hieraan gewerkt door het bijbrengen van kennis over het verzorgingsmateriaal, de onderdelen van het  zadel, het omdoen van het hoofdstel, enz. Men gaat ook het visueel geheugen trainen door de oefening die men moet uitvoeren, zoals bvb. een diagonaal. Men werkt ook door herhaling; bvb. de ruiter moet steeds links van het paard opstappen.

Lichamelijke ontwikkeling

Lichaamswaarneming: er is een sterk fysiek contact tussen mens en paard.  Hierdoor wordt men zich bewust van het eigen lichaam. Men gaat zich ook vergelijken met het paard. Zo leert men ook zijn eigen fysiek beter kennen.

Ruimte en tijdsbesef: ruimtelijke oriëntatie betekent dat de ruiter zijn eigen lichaam kan situeren in de ruimte. De persoon met een handicap kan zich dan beter niet-concrete begrippen voorstellen; begrippen zoals afstand, snelheid en van richting veranderen. Het paard staat niet stil. Men moet voortdurend zichzelf opnieuw situeren in de ruimte. Concreet betekent dit bvb. de wereld er een stuk anders uitziet van op de rug van een paard.

Evenwicht: het paard verandert soms van richting. Het beweegt ook. Dit alles vraagt van de ruiter een zeker evenwicht. De ruiter past zijn houding aan de bewegingen van het paard aan. Dit is zeker in het begin geen evidentie.

Coördinatie en dissociatie: men moet een goede controle hebben over bewegingen van de armen, benen, de romp en het bekken. Al deze bewegingen hebben namelijk een invloed op het paardrijden. Met andere woorden, ze helpen de ruiter om dingen aan het paard te vragen: vooruit te gaan, naar links te gaan,… Indien de ruiter deze bewegingen moeilijk onder controle kan krijgen, zal het paard soms niet begrijpen wat je van hem wilt. Men moet ook een goede oog-handcoördinatie hebben. Teveel bewegingen maken een paard immers nerveus.

Verbeteren van ritmegevoel en balans: het paard heeft  ritmische gangen, nl. stap en galop. De ruiter moet zich aanpassen aan die gangen anders valt hij er af. Elk paard heeft ook een ander ritme. Daar moet de ruiter ook mee leren omgaan. Voordeel van die ritmiek is dat er geen al te bruuske bewegingen zijn.

Spiertraining: paardrijden voorkomt spierverslapping. Op een paard dient men recht te zitten wil men er niet af vallen. De rugspieren worden dus ook getraind.

Ontspanning: buiten al deze technische lichamelijke voordelen is ontspanning ook belangrijk. Een paard is groot en tegelijkertijd ook zacht. En doordat het een sport is die in de vrije natuur wordt beoefend, zorgt paardrijden voor een flinke dosis zuurstof, een uitstekende remedie tegen stress…

Psychisch aspect

Paardrijden vergt de nodige concentratie. Het paard heeft immers een andere taal dan de ruiter.  Aandacht voor de lichaamstaal van het paard is dus vereist. Bovendien werkt het enorm positief voor het zelfvertrouwen als zo’n groot dier doet wat de ruiter wil. Zeker voor een kind werkt dit motiverend.

Deze vorm van macht komt weinig voor bij mensen uit de doelgroepen. Het paard doet wat de ruiter hem vraagt. Voor een kind of iemand met een beperking is dit dan ook een unieke ervaring.

Men is ook verantwoordelijk voor zo’n paard. Dit heeft dan weer een gunstige invloed op het zelfvertrouwen en vergroot zo de eigenwaarde.

En misschien wel het belangrijkste: er kan echt vriendschap gesloten worden met een paard. Het oordeelt niet, het houdt geen rekening met wat je wel of niet kan, met je achtergrond.  Hierdoor kan een echte band bekomen worden met het dier.

Sociale ontwikkeling

Zeker als de manège niet verbonden is aan een revalidatiecentrum, betekent dit een mooi voorbeeld van inclusie: de manèges doen actief moeite om de persoon met een beperking te laten deelnemen aan hun activiteiten. Zelfs indien het verbonden is aan een revalidatiecentrum, komt men nog in contact met verschillende mensen.

7. Conclusie

Deze tekst gaf een korte bespreking van het verschijnsel van therapie met paarden. We hebben geduid hoe mensen van allerlei slag (ongeacht leeftijd, beperking of ervaring) hieruit hun voordeel kunnen halen. Dit uit zich op verschillende vlakken: psychisch, sociaal, lichamelijk en cognitief.

Therapie met paarden wordt mogelijk gemaakt door de vele hulpmiddelen. Er is omzeggens geen beperking die een echt obstakel zou vormen voor de deelnemers.

Therapie met paarden kan dus zowel een aangename hobby zijn, als een therapie met heel veel mogelijkheden voor allerlei doelgroepen in de welzijnssector.

8. Bibliografie

VANDER KELEN, W., COPPENS, W. (2001-2002) Orthopedagogisch paardrijden, niet gepubliceerd eindwerk, Gent, HoGent, departement Sociaal Agogisch werk.

FLAMEZ, P. (2001-2002) Orthopedagogisch paardrijden, niet gepubliceerd eindwerk, Gent, HoGent, departement Sociaal Agogisch werk.

DEKENS, V. (2000-2001) Hippotherapie, niet gepubliceerd eindwerk, Gent, HoGent, departement Sociaal Agogisch werk.

20:32 Gepost door k | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.